

Nieuwe uitleg fiscus over goudenhanddrukstamrechten
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst heeft antwoord gegeven op vier vragen over goudenhanddrukstamrechten.
De vragen gaan over de volgende onderwerpen:
1. De redelijke termijn
Na toekenning van de ontslagvergoeding heeft de werknemer een redelijke termijn waarbinnen hij moet beslissen wat hij met de ontslagvergoeding wil doen: direct uitkeren of (deels) omzetten in een stamrecht. Deze redelijke termijn wordt door het CAP verlengd van drie maanden naar zes maanden. De verruiming geldt zowel wanneer de werkgever meewerkt aan het toekennen van een stamrecht als wanneer de werkgever niet meewerkt.
Een andere wijziging die betrekking heeft op de redelijke termijn ziet op de mogelijkheid om in afwachting van het bedingen van een stamrecht de ontslagvergoeding te stallen op een zogeheten derdenrekening. Deze geblokkeerde rekening kon in het verleden alleen worden geopend bij een notaris of advocaat.
Volgens het CAP is het echter ook mogelijk de ontslagvergoeding nog bij de werkgever te laten staan of een geblokkeerde rekening te openen bij een verzekeraar, bank of beleggingsinstelling. Deze (rechts)personen zijn dan inhoudingsplichtig. Dit is vooral van belang als de ontslagvergoeding niet binnen de redelijke termijn wordt ondergebracht in een stamrecht en dientengevolge wordt geacht te zijn afgekocht.
2. Omzetten uitkerend stamrecht
Een eenmaal uitkerend stamrecht mag worden omgezet in een ander stamrecht. Het nieuwe stamrecht moet dan voldoen aan de voorwaarden. Zo kan een eenmaal uitkerend stamrecht als de werknemer 65 jaar is niet meer worden omgezet in een uitgesteld stamrecht. Nabestaanden van de verzekeringnemer/rekeninghouder moeten het stamrechtkapitaal aanwenden voor een nabestaandenuitkering. Wordt de begunstiging gewijzigd of wordt afgezien van de uitkeringen, dan is de aanspraak in een keer belast en is de nabestaande revisierente verschuldigd van in beginsel 20%.
Het knippen van een stamrecht vóórdat de werknemer 65 jaar is, is mogelijk, daarna niet meer. Bij ingang van de termijnen wegens het bereiken van de 65 jarige leeftijd moeten alle termijnen van het stamrecht in omvang en looptijd vaststaan. Het is wel mogelijk het uitkerende stamrecht om te zetten in een andere direct uitkerend stamrecht.
3. Een ontslagvergoeding in de vorm van een uitkering ineens
In de derde Vraag en Antwoord wordt verduidelijkt hoe volgens het CAP moet worden omgegaan met een ontslagvergoeding in de vorm van een uitkering ineens. Als een werknemer in zijn arbeidsovereenkomst heeft laten opnemen dat hij bij ontslag een eenmalige uitkering ontvangt, dan kan deze eenmalige uitkering volgens het CAP niet worden omgezet in een stamrecht bij een verzekeraar, bank of beleggingsinstelling. Het stamrecht ziet dan namelijk niet op een vergoeding voor gederfd loon.
Wil de werknemer dit voorkomen, dan moet hij de arbeidsovereenkomst zo wijzigen dat hij bij ontslag een aanspraak krijgt op een periodieke uitkering. Een andere mogelijkheid is dat werkgever en werknemer wel bepalen hoe de omvang van een eventuele ontslagvergoeding moet worden vastgesteld, maar tegelijk bepalen dat zij de vorm van die vergoeding pas zullen vaststellen zodra het ontslag zich voordoet.
4. Een door de rechter toegekende ontslagvergoeding
De laatste Vraag en Antwoord gaat over een door de rechter toegekende ontslagvergoeding, waarbij de rechter niet aangeeft dat de vergoeding kan worden genoten in de vorm van een stamrecht. Als de werkgever de vergoeding rechtstreeks stort bij een verzekeraar, bank of beleggingsinstelling of op een geblokkeerde rekening bij een advocaat of notaris, kan de ontslagvergoeding worden gebruikt voor een stamrecht.
Zijn werkgever en werknemer in de arbeidsovereenkomst echter een eenmalige uitkering overeengekomen, dan kan de door de rechter vastgestelde ontslagvergoeding tot de hoogte van de afgesproken eenmalige uitkering niet worden uitgekeerd in de vorm van een stamrecht. (eerst aanpassen arbeidsovereenkomst !)
Verduidelijkingen en wijziging in antwoorden
Het gaat hier om Vragen en Antwoorden gepubliceerd door de Kennisgroep pensioenen van de Belastingdienst. Er is geen sprake van beleid van de staatssecretaris van Financiën. Belastingplichtigen mogen vertrouwen op de juistheid van de gepubliceerde Vragen en Antwoorden.
Veel van de Vragen en Antwoorden zijn al eerder gepubliceerd. In de nu gepubliceerde Vragen en Antwoorden worden vooral verduidelijkingen gegeven. Een wijziging is wel een verruiming van de redelijke termijn en dat als een ontslagvergoeding niet meteen wordt omgezet in een stamrecht, de werknemer de vergoeding tijdelijk bij de werkgever, een verzekeraar, een bank of een beleggingsinstelling kan stallen. De werknemer hoeft hiervoor niet langer uitsluitend naar een notaris of advocaat.
Werkgever werkt niet mee aan toekennen stamrecht
In de eerste Vraag en Antwoord wordt kort verwezen naar de situatie waarbij een werkgever niet meewerkt aan het toekennen van een stamrecht, maar de ontslagvergoeding rechtstreeks – onder inhouding van loonbelasting – tegen de wil van de werknemer in heeft overgemaakt naar de bankrekening van de werknemer. In dat geval kan de werknemer onder de hierna opgenomen voorwaarden binnen zes maanden nadat hij de afkoopsom heeft ontvangen, de afkoopsom alsnog aanwenden voor een stamrecht:
De werknemer kan in dit geval de ingehouden loonheffing via een aanslag of bezwaar tegen de inhouding terugontvangen en gebruiken als een aanvullende koopsom voor een stamrecht. Dit moet hij wel doen binnen zes maanden na ontvangst van de teruggaaf.
Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden / KluwerPlein jan2012
DePensioenMakelaar.nl