DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

Rekenrente pensioen waardeoverdracht 2016

 

Het wettelijk standaardtarief voor individuele waardeoverdracht bij wisseling van werkgever bestaat uit twee componenten: de levensverwachting en de rentevoet. De levensverwachting is gebaseerd op Overlevingstafel GBM/GBV 2005-2010, waarop nog leeftijdscorrecties worden toegepast. De rentefactor is gebaseerd op de per 1 oktober 2015 geldende rente uit de door De Nederlandsche Bank (DNB) gepubliceerde rentetermijnstructuur voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar.

DNB heeft de rekenrente voor het standaardtarief dat wordt gebruikt voor het berekenen van de overdrachtswaarde voor pensioenen gebaseerd op een uitkeringsovereenkomst voor 2016, vastgesteld op 1,629%. Thans bedraagt deze rente 2,156%.

Binnen WftNU worden veranderingen in percentage in het algemeen alleen in overzichten meegenomen (zoals bij Prinsjesdag of het overzicht van de nieuwe wetgeving in januari). Door de forse verlaging van deze rente door DNB en de grote invloed hiervan op pensioenen, besteedt WftNU er toch extra aandacht aan. 

Werknemers hebben bij het beëindigen van hun dienstverband een wettelijk recht op waardeoverdracht. Zij hebben het recht de bij hun huidige werkgever opgebouwde pensioenrechten over te dragen naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. Of ze van dit recht gebruik willen maken is afhankelijk van wat er met de rechten gebeurt als ze bij de huidige pensioenuitvoerder blijven staan en hoe ze in de nieuwe pensioenregeling worden behandeld. Tot 1 januari 2015 moest de werknemer binnen zes maanden nadat hij was opgenomen in de pensioenregeling van de nieuwe werkgever een verzoek tot waardeoverdracht doen. Vanaf 1 januari 2015 is deze zesmaandstermijn vervallen…

Voor opgebouwde pensioenaanspraken op basis van een pensioenregeling die kwalificeert als een uitkeringsovereenkomst (een eindloon- of middelloonregeling, of in sommige gevallen een beschikbarepremieregeling), wordt op basis van het wettelijk standaardtarief de overdrachtswaarde vastgesteld. Deze waarde wordt vervolgens van de oude pensioenuitvoerder overgedragen naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever.

Als de nieuwe werkgever ook een pensioenregeling op basis van een uitkeringsovereenkomst heeft, wordt de overdrachtswaarde herrekend naar extra aanspraken in de nieuwe pensioenregeling. Ook deze herrekening vindt dan plaats tegen het wettelijk standaard tarief. Als deze aanspraken eenmaal zijn vastgesteld moeten ze door de nieuwe werkgever worden ingekocht bij de nieuwe pensioenuitvoerder tegen het aldaar geldende tarief.

Zowel bij uitgaande als bij inkomende waardeoverdracht kunnen zich dan theoretisch bijbetalingsproblemen voordoen.

Uitgaande waardeoverdracht

Als de afkoopwaarde bij de verzekeraar van de oude werkgever lager is dan de overdrachtswaarde, moet de oude werkgever het verschil bijbetalen. Is de overdrachtswaarde lager dan de afkoopwaarde krijgt de oude werkgever het verschil terug.

Inkomende waardeoverdracht

Is de overdrachtswaarde lager dan de koopsom die de nieuwe verzekeraar vraagt, dan moet de nieuwe werkgever het verschil bijbetalen. Is de overdrachtswaarde hoger dan de koopsom, dan verkrijgt de werknemer hiervoor extra pensioenrechten.

Situatie 2016

Door de daling van de rekenrente in het standaardtarief naar 1,629% en door een toename van de levensverwachting zal bij uitgaande waardeoverdracht de overdrachtswaarde meer dan nu het geval is, afwijken van de bij de pensioenuitvoerder gehanteerde contractrente. De oude werkgever moet dan nog meer bijbetalen.

Bij inkomende waardeoverdracht zal de overdrachtswaarde in 2016 hoger zijn dan de koopsom die moet worden betaald. In dat geval is er dus een overschot dat leidt tot extra pensioenrechten voor de werknemer.

Voor pensioenregelingen op basis van een premieovereenkomst waarbij de premie wordt belegd of wordt gebruikt voor het verzekeren van een kapitaal, dan wel voor een pensioenregeling op basis van een kapitaalsovereenkomst, is geen sprake van bovengenoemde bijbetalingsproblematiek. Bij uitgaande waardeoverdracht is de afkoopwaarde gelijk aan de overdrachtswaarde en bij inkomende waardeoverdracht is de overdrachtswaarde gelijk aan de koopsom bij de nieuwe verzekeraar.

De bijbetalingsproblematiek bij uitgaande waardeoverdracht mag dan zijn toegenomen, daar staat tegenover dat vanaf 1 januari 2015 voor zowel voor ‘kleine’ als voor ‘grote’ werkgevers de bescherming van de Pensioenwet geldt.

Bron: WFTNU Toegevoegd: maandag 26 oktober 2015 09:00 26 oktober 2015 09:00

Pensioenverzekeringen  Leerdoelen:Pensioen, 1h.4(B)


DePensioenMakelaar.nl

 



Laatste update: 26/10/2015 10:34.02