DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

Beantwoording Kamervragen ZZP

Minister Asscher (SZW) zendt de Tweede Kamer de antwoorden op de vragen naar aanleiding van het Interdepartementaal BeleidsOnderzoek (IBO) naar zelfstandigen zonder personeel (IBO / ZZP) en de kabinetsreactie op het IBO ZZP. Hieronder een selectie van de vragen en antwoorden uit de Kamerbrief (39 pagina´s').

Urencriterium (11)
De fiscale regelingen voor zzp-ers gelden vanaf 1225 gewerkte uren. Zieken en chronisch gehandicapten halen door hun fysieke gesteldheid dit criterium vaak niet. Wilt u ook zieken en chronisch zieken in staat stellen zzp-er te worden door voor hen het urencriterium te versoepelen?
Enkele van de ondernemersfaciliteiten gelden alleen als wordt voldaan aan het urencriterium. Dat betreft de zelfstandigenaftrek, de S&O-aftrek en de meewerkaftrek. Voor deze faciliteiten wordt een robuust urencriterium gehanteerd om te waarborgen dat deze alleen ten goede komen aan ondernemers die hun tijd grotendeels besteden aan het drijven van een onderneming. Voor andere ondernemersfaciliteiten, zoals de mkb-winstvrijstelling en de stakingsaftrek, geldt het urencriterium niet. Derhalve hebben ook ondernemers die niet aan het urencriterium voldoen recht op een aantal ondernemersfaciliteiten.
Daarnaast zijn er verschillende regelingen getroffen voor ondernemers die niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Voor ondernemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, geldt bijvoorbeeld de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, op grond waarvan startende arbeidsongeschikten en jonggehandicapten een aftrekpost krijgen van maximaal € 12.000 indien zij voldoen aan een verlaagd urencriterium van 800 uur. Een ander voorbeeld is dat de uren die zwangere vrouwen niet werken vanwege hun zwangerschap wel meetellen voor het urencriterium.
Het kabinet is daarom van oordeel dat er adequate faciliteiten bestaan voor ondernemers die vanwege medische redenen niet aan het urencriterium kunnen voldoen. Daarnaast is het bestaande urencriterium reeds bewerkelijk voor de Belastingdienst en de belastingplichtige en acht het kabinet het niet wenselijk deze complexiteit verder te doen toenemen door het maken van uitzonderingen voor bepaalde groepen.

Geen vrijwillige WIA-verzekering (13)
Steeds meer afgestudeerden starten direct uit de schoolbanken als zzp'er. Kan de vrijwillige WIA-verzekering ook toegankelijk worden gemaakt voor zzp'ers die niet starten vanuit werk of een uitkeringssituatie?
Zowel de Ziektewet (ZW) als de Wet WIA zijn werknemersverzekeringen. Dit betekent dat werknemers, die in een dienstbetrekking werkzaam zijn (of werkzaam zijn geweest), van rechtswege, verplicht verzekerd zijn tegen de inkomensgevolgen van ziekte respectievelijk arbeidsongeschiktheid op grond van deze wetten.
Wanneer de verplichte verzekering van een werknemer eindigt – bijvoorbeeld omdat de werknemer zijn werkzaamheden tijdelijk onderbreekt of start als zelfstandige – dan mag de ex-werknemer deze verplichte verzekering voortzetten bij het UWV. Er is dan sprake van voortzetting van de werknemersverzekering op vrijwillige basis. Weliswaar kunnen de ZW en de WIA dus in een aantal bij wet omschreven gevallen inkomensbescherming bieden aan ex-verzekerden, maar het doel van deze wetten is de bescherming van werknemers. Om deze reden staat de vrijwillige verzekering uitsluitend open voor voormalig verplicht verzekerde werknemers en behoren niet-werknemers, zoals schoolverlaters, niet tot de kring van personen die verzekerd kunnen worden op grond van deze wetten. Het openstellen van de vrijwillige verzekering voor niet-werknemers leidt bovendien tot soortgelijke selectieproblemen als die besproken worden in antwoord op vraag 38.

Voorlichting vrijwilige WIA-verzekering (14)
Wat gaat u doen om de bekendheid van de vrijwillige WIA-verzekering te vergroten?
De Minister van SZW heeft uw Kamer toegezegd de bekendheid van de vrijwillige WIA-verzekering te willen vergroten. Deze voorlichting zal samen met het Verbond van Verzekeraars en UWV worden vormgeven. De vrijwillige WIA-verzekering is slechts voor een beperkte groep startende zelfstandigen toegankelijk en aantrekkelijk. In de voorlichtingscampagne zal ik hiermee rekening houden. Het kabinet verwacht dat een gerichte voorlichtingscampagne medio 2016 zal plaatsvinden.

Pensioenregeling ZZP-ers (22)
Hoeveel zzp’ers maken gebruik van een pensioenregeling?
Zzp’ers kunnen langs verschillende wegen een pensioen opbouwen: door deelname aan een collectieve pensioenregeling in de tweede pijler of door het op eigen initiatief treffen van een lijfrentevoorziening in de derde pijler.  Ongeveer 60.000 zelfstandig werkenden waren eind 2014 als actieve deelnemer aangesloten bij een collectieve pensioenregeling. Het gaat daarbij om de beroepspensioenfondsen en een enkel bedrijfstakpensioenfonds dat ook een verplichte deelname kent voor degenen die als zelfstandige in de betreffende sector werkzaam zijn. Een zeer beperkt aantal zzp’ers zet als gewezen werknemer vrijwillig de deelname voort van het tweede pijler pensioenfonds waaraan ze als werknemer deelnamen. De resultaten van een momenteel nog lopend onderzoek naar de praktijk van de vrijwillige voortzetting kunnen naar verwachting binnenkort uw Kamer worden aangeboden. Ongeveer de helft van de zzp’ers reserveert in brede zin voor de oude dag. Uit het rapport Zelfbewust een Zelfstandige Positie blijkt dat zij daarvoor een breed scala aan mogelijkheden gebruiken. Ongeveer 25 procent heeft een lijfrentepolis en – al dan niet in combinatie daarmee – ongeveer 12 procent een bankspaarproduct. Daarbij moet waarschijnlijk ook een deel van degenen worden betrokken die in dit onderzoek meldden deel te nemen aan een pensioenfonds. Ongeveer 16 procent maakt gebruik van de mogelijkheid van de fiscale oudedags-reserve. Hierbij is van belang op te merken dat de oudedagsreserveringen niet altijd de vorm hebben van een geoormerkte voorziening. Mede met het oog op de wenselijkheid om over die gelden te kunnen beschikken, bijvoorbeeld ten behoeve van een investering of als inkomensbuffer, merkt de helft een spaar- of beleggings-rekening aan als een oudedagsvoorziening.

AOV geweigerd (49)
"Ongeveer 3 procent van de zelfstandigen die zich wil verzekeringen wordt geweigerd", staat in het rapport. Wat zijn de redenen voor verzekeraars om zzp'ers te weigeren voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering?
De precieze reden waarom een zelfstandige geen verzekeringsaanbod krijgt van een verzekeraar, hangt af van de individuele omstandigheden van het geval. In zijn algemeenheid kan wel gesteld worden dat een verzekeraar waarschijnlijk geen verzekeringsaanbod zal doen – of een aanvraag zal weigeren – in de volgende situaties.
Het is mogelijk dat geen verzekeringsaanbod wordt gedaan, indien het te verzekeren risico zich al heeft voorgedaan. Voor een verzekering moet namelijk sprake zijn van een zogenaamd “onzeker element”. Verzekeraars zijn gebonden aan het zogeheten ‘onzekerheidsvereiste’, dat wettelijk is geregeld in artikel 7:925 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op basis van dit vereiste kan het ook zo zijn dat de verzekeraar besluit om wel een verzekeringsaanbod te doen, maar met beperkende voorwaarden. Een risico dat zich al heeft voorgedaan kan dan bijvoorbeeld worden uitgesloten.
De premie en de voorwaarden van de AOV worden bepaald door de onderliggende risico’s die de verzekeraar bij een AOV overneemt van de zelfstandige. Als de verzekeraar de onderliggende risico’s inschat als te hoog, kan het zijn dat de verzekeraar ervoor kiest om geen verzekeringsaanbod te doen.
Voor zelfstandigen, die om medische redenen niet worden geaccepteerd voor een reguliere AOV, hebben verzekeraars – als alternatief – de private vangnetverzekering ontwikkeld. Verzekeraars accepteren deze zelfstandigen dan zonder medische keuring.

Pensioengat (63)
Kunt u aangeven welke gevolgen het heeft dat zzp’ers de helft minder pensioen opbouwen dan werkenden?
De zzp’ers met een hoger inkomen die geen of een beperkt pensioen opbouwen en daarnaast niet de beschikking hebben over financiële reserves, zoals spaargelden, kunnen bij pensionering geconfronteerd worden met de noodzaak van een aanzienlijke aanpassing van hun bestedingspatroon. Zij zullen daarmee niet altijd rekening hebben gehouden. Een maatschappelijke consequentie van beperkte pensioenopbouw is dat zij een groter beroep zullen doen op inkomensafhankelijke collectieve voorzieningen, bijvoorbeeld in verband met zorguitgaven.

Verzekering voor loondoorbetalingsplicht (77)
Waarom sluit een kwart van de werkgevers geen verzekering voor de loondoorbetalingsplicht af?
Ongeveer 76 procent van alle werkgevers heeft een verzekering voor de loondoorbetalingplicht afgesloten. De verzekeringsgraad onder kleine werkgevers is hoger dan onder grote werkgevers (75% bij werkgevers tot 7 werknemers, 85% bij werkgevers met tussen 7-15 werknemers, aflopend tot 25% bij bedrijven met meer dan 100 werknemers). Uit onderzoek37 blijkt dat werkgevers zich niet verzekeren omdat zij van mening zijn het risico zelf te kunnen dragen of omdat werkgevers het verzuimrisico laag inschatten. Ook is de als te hoog ervaren prijs van een verzekeringspolis een reden om zich niet te verzekeren. Startende werkgevers zijn minder vaak verzekerd dan werkgevers die al langer bestaan.

Maximumbijdrage (135)
Geldt ook voor zzp'ers de maximumbijdrage en het maximumbijdrage-inkomen voor de IAB / Zvw?
Het maximum bijdrage-inkomen voor de heffing van de InkomensAfhankelijke Bijdrage (IAB) Zorgverzekeringswet is gesteld op € 51.976 (2015). Dit maximum geldt voor alle verzekerden, dus ook voor zzp'ers. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het toepasselijke tarief. Voor IB-ondernemers en dga’s, dus ook voor zzp'ers geldt een bijdragepercentage van 4,85% (2015). De maximum bijdrage voor de zzp'er bedraagt dan € 2.520. In de situatie dat tevens sprake is van looninkomsten of sociale verzekeringsuitkeringen kan dat hoger zijn.

Bron: Rijksoverheid

VerbijsterendAdvies.nl

Downloads

antwoorden-op-kamervragen-ibo-zzp



Laatste update: 18/01/2016 13:15.20