DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

 

Contract met payroller onhandige schijnconstructie

 

Een beveiliger die na drie tijdelijke contracten voor een payroll-bedrijf gaat werken, vindt dat er een contract voor onbepaalde tijd met zijn werkgever is ontstaan. Wat oordeelt de rechter?

 

Wat eraan voorafging

Een beveiliger treedt op 20 april 2015 in dienst van een beveiligingsbedrijf voor een periode van zes maanden. Dat contract wordt verlengd met zes maanden en daarna nog eens met bijna een jaar. Ruim drie maanden voor einde van het contract zegt de werkgever netjes aan. Enige tijd later, twee weken voor de einddatum van het contract, vertelt de teamleider dat een payroll-bedrijf hem een contract wil aanbieden. De werknemer reageert positief op het voorstel. Het payroll-bedrijf verwelkomt hem op 20 maart – aansluitend aan zijn contract bij zijn ex-werkgever – als werknemer. Hij werkt hetzelfde aantal uren en blijft hetzelfde werk doen. In zijn arbeidsovereenkomst staat dat hij exclusief voor het beveiligingsbedrijf van zijn ex-werkgever werkt. Op de loonstrook die de beveiliger ontvangt, staat zowel de naam van het beveiligingsbedrijf als die van de payroller. Als indiensttredingsdatum staat de datum waarop hij bij de ex-werkgever in dienst is getreden: 20 april 2015. Het loon wordt uitbetaald door het beveiligingsbedrijf….

Dit tijdelijke contract met de payroller wordt ook keurig aangezegd. Maar de werknemer maakt bezwaar tegen het einde van de arbeidsovereenkomst en houdt zich beschikbaar voor werk. Als hij niet langer wordt toegelaten tot het werk, stapt hij naar de rechter. Hij meent dat hij voor onbepaalde tijd in dienst is bij het zijn ‘(ex)-werkgever’. De arbeidsovereenkomst tussen hem en de payroller was een schijnconstructie die alleen bedoeld was om de ketenregeling te omzeilen, meent de beveiliger. De feitelijke uitvoering van het werkgeverschap lag bij het beveiligingsbedrijf en niet bij de payroller.

Wat oordeelt de rechter?

De rechter stelt de beveiliger in het gelijk. Na de overstap naar de payroller is feitelijk alles hetzelfde gebleven. De werkgever heeft weliswaar aangevoerd dat het payroll-bedrijf zich als werkgever heeft gedragen, maar dat heeft de werkgever volgens de rechter niet voldoende aangetoond. Het tegendeel blijkt uit de feiten: het beveiligingsbedrijf stond vermeld in de kop op de loonstroken, werd ook genoemd in de arbeidsovereenkomst, heeft de loonstroken opgestuurd en het loon uitbetaald. Daarnaast is de werknemer hetzelfde werk onafgebroken blijven doen, voor hetzelfde aantal uren. De rechter vermoedt dat het beveiligingsbedrijf voor deze constructie heeft gekozen om de ontslagbescherming voor de werknemer te ontlopen. De rechter oordeelt dat de arbeids- overeenkomst is voorgezet door het beveiligingsbedrijf en niet de door payroller. Daarmee is er een vierde arbeidsovereenkomst ontstaan en daarmee een overeenkomst voor bepaalde tijd. En die is niet rechtsgeldig opgezegd, dus de beveiliger is nog steeds in dienst.

In de praktijk

De werkgever heeft hier geprobeerd om via een payroller toch een extra tijdelijk contract aan te bieden maar die weg is door de rechter afgesloten. De werkgever had meer succes kunnen hebben als hij de werknemer pas na zes maanden onderbreking weer in dienst had genomen als beveiliger, of hem aansluitend een andere functie had aangeboden.

BRON: xpert-HR  MR. INGRID KOOIJMAN OP 26 JULI 2018JURISPRUDENTIE ECLI:NL:RBAMS:2018:420. Kantonrechter Amsterdam, 19 januari 2018
VerbijsterendAdvies.nl  



Laatste update: 30/07/2018 13:47.33