DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

 

Benut u de AHK van uw partner wel optimaal?

Heeft uw fiscale partner geen of weinig inkomen? Dan is de kans groot dat u de algemene heffingskorting (AHK) van uw partner kunt benutten. Uiteraard moet u voldoende belasting verschuldigd zijn waarmee de heffingskorting is te verrekenen. Heeft u uw fiscale planning op orde om zo heffingskorting zo goed mogelijk te benutten?

Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting

De heffingskorting bedraagt in 2019 maximaal 2.477 euro voor iemand die nog geen AOW ontvangt. Let wel op! Het benutten van de algemene heffingskorting van uw partner is sinds enige jaren gemaximeerd. Voor 2019 is de AHK in principe 661 euro, maar de AHK kan oplopen tot maximaal 2.477 euro. Door de beperking kan dus 1.816 euro aan heffingskorting verloren gaan. Door een juiste fiscale planning kunt u dit echter voorkomen en dus een voordeel benutten dat kan oplopen tot 1.816 euro.

Overhevelen onbenutte heffingskorting naar partner

De heffingskorting wordt verrekend met de over een jaar verschuldigde inkomensbelasting (en premies volksverzekeringen). Als uw partner onvoldoende ‘eigen’ inkomen heeft om de heffingskorting volledig te verrekenen, gaat het restant in principe verloren. Dit is alleen anders als u zelf wel voldoende inkomen heeft waarover belasting is verschuldigd én u een deel van dat inkomen kan toerekenen aan uw partner. Dan wordt namelijk het onbenutte deel van de heffingskorting door de belastingdienst wél uitbetaald aan de minstverdienende partner, maar nooit tot een hoger bedrag dan de fiscale partner aan belasting moet betalen.

Let op! Is uw fiscale partner, die niet of weinig verdient, voor 1 januari 1963 geboren? Dan geldt de afbouw niet.

Wat kunt u doen om de heffingskorting volledig te benutten?

Om te voorkomen dat er 1.816 euro onbenut blijft, is het aan te raden dat de minst verdienende partner voldoende ‘eigen’ inkomen heeft om de algemene heffingskorting volledig te benutten. Een mogelijkheid is:

1.            Toerekenen van box 3 vermogen aan de fiscale partner.

2.            Uitkeren dividend uit de eigen BV en dat toerekenen aan de fiscale partner dga.

3.            Fiscale partner laten meewerken in de BV (let op zakelijkheid loon).

 

Voor de DGA is optie twee, het uitkeren van een dividend uit de eigen BV, de meest eenvoudige optie.

Voorbeeld dividenduitkering

Door middel van een relatief kleine dividenduitkering (een dividend van bruto 10.000 euro is in principe toereikend) is het mogelijk om de algemene heffingskorting bij uw partner helemaal in plaats van gedeeltelijk te verzilveren. Omdat een dividenduitkering wordt aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang (IB box 2) kan dat dividend aan uw fiscale partner toegekend worden, terwijl de ingehouden dividendbelasting juist niet aan uw fiscale partner wordt toegerekend. Het gevolg hiervan is dat er bij uw fiscale partner ‘eigen’ inkomen wordt gegenereerd waarmee de heffingskorting volledig verzilverd kan worden. Het voordeel kan oplopen tot 1.816 euro. Door middel van een dividend dat hierdoor dus in feite onbelast is.

Rekenvoorbeeld

Hoe hoog de dividenduitkering moet zijn, is afhankelijk van de situatie. Ter illustratie. Bij een bruto dividenduitkering van 10.000 euro wordt 15 procent dividendbelasting als voorbelasting ingehouden door de BV. Door enerzijds het bruto dividend van 10.000 euro toe te delen aan de minsterverdienende (en anderzijds de ingehouden dividendbelasting toe te delen aan de meestverdienende partner) is door uw fiscale partner 25 procent% IB box 2 heffing verschuldigd: 2.500 euro. Dit kan geneutraliseerd worden tegen de maximale algemene heffingskorting (2.477 euro).

Let op!

Extra inkomen kan wel ook gevolgen hebben voor allerlei inkomensgerelateerde toeslagen zoals zorg-, huur-, en/of kinderopvangtoeslag. Wees hierop bedacht.

Conclusie

Vaak is het dus mogelijk om met een kleine ingreep een besparing te realiseren van maximaal 1.816 euro. Voor dit idee gelden de volgende randvoorwaarden:

·                     Uw fiscale partner is na 1 januari 1963 geboren;

·                     Uw fiscale partner heeft geen/te weinig ‘eigen’ inkomen om de maximale algemene heffingskorting te benutten;

·                     Het is mogelijk om een dusdanig hoog fiscaal inkomen te creëren bij de partner dat deze algemene heffingskorting wel kan benutten;

·                     Een verhoging van het (fiscale) inkomen heeft geen wezenlijke gevolgen voor eventuele andere inkomensgerelateerde toeslagen.

BRON: grantthornton.nl / Drs. Cor Overduin 02 apr 2019

VerbijsterendAdvies.nl

 

 



Laatste update: 12/04/2019 10:41.19