DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

 

Borgstelling kan zeer pijnlijk uitpakken !

Een geldverstrekker heeft haar zorgplicht geschonden door aspirant-borg niet te informeren over en te waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van een borgtocht.

Casus

·         In 2005 hebben de zoon van borgsteller , de heer [A] (hierna: [A] of de zoon), en zijn toenmalige vriendin, mw. [B] (hierna: [B] of de ex-vriendin van de zoon), bij geldverstrekker een hypothecaire geldlening afgesloten in verband met hun gezamenlijke woning (hierna: de woning).

·         In 2008 gingen [A] en [B] uit elkaar. [A] wilde in de woning blijven wonen, terwijl [B] wenste te worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de geldlening.

·         [A] was op dat moment werkzaam bij geldverstrekker als accountmanager intermediair en hield zich in die hoedanigheid bezig met hypothecaire geldleningen. Na een gesprek, op 3 april 2008, met zijn leidinggevende, de heer [C] , heeft [A] in een brief aan die leidinggevende toegelicht waarom hij wilde dat zijn ex-vriendin werd ontslagen uit de hoofdelijkheid, en waarom dat volgens hem haalbaar was.

·         In het najaar van 2008 heeft geldverstrekker aan [A] meegedeeld dat zij bereid was om de geldlening voort te zetten, met ontslag van [B] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, als borgsteller zich borg zou stellen.

·         Op 10 maart 2009 heeft borgsteller bij de notaris een document ondertekend met het opschrift “Overeenkomst toetreding hoofdelijk schuldenaar” (hierna: de overeenkomst).

In de overeenkomst staat - samengevat - dat borgsteller als hoofdelijk schuldenaar toetrad tot de hypothecaire geldlening van zijn zoon en dat hij persoonlijk aansprakelijk werd voor de verplichtingen van zijn zoon op grond van die geldlening.
[Tijdens de zitting heeft hij verteld dat hij de overeenkomst heeft ondertekend omdat hij vertrouwen had in zijn zoon en zijn carrièremogelijkheden.]

Betalingachterstand

[A] heeft de geldlening vervolgens voortgezet. In 2012 werd [A] ziek en ontstonden er betalingsproblemen, als gevolg waarvan [A] tot in 2016 meerdere malen een achterstand opliep bij de betaling van de maandelijkse hypotheeklasten. Die achterstanden liep de zoon van borgsteller steeds weer in. Begin juli 2016 had [A] echter weer een betalingsachterstand (van ruim € 1.600).

Verkoop woning

Op 17 augustus 2016 heeft [A] aan geldverstrekker gemeld dat hij zijn woning wilde verkopen. Op 23 november 2016 is de woning verkocht. Nadat de opbrengst in mindering was gebracht op de schuld aan geldverstrekker, resteerde er een schuld van € 137.244,14 (hierna: de restschuld). Borgsteller heeft de restschuld aan geldverstrekker voldaan door betalingen op 29 december 2016 en 25 februari 2017.

Schending zorgplicht

Geldverstrekker heeft borgsteller voorafgaand aan en tijdens het sluiten van de overeenkomst niet geïnformeerd over en niet gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van de borgtocht. Daardoor heeft zij haar zorgplicht geschonden. Vaststaat ook dat borgsteller financieel nadeel heeft van de borgtocht, ter hoogte van de door hem betaalde restschuld.

Causaal verband

Op grond van de omstandigheden (zie uitspraak) moet ervan worden uitgegaan dat borgsteller zich ook borg zou hebben gesteld voor de volledige schuld van zijn zoon, als [verweerster] hem WEL had geïnformeerd over en gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen. Ook in dat geval zou borgsteller dus de restschuld van zijn zoon hebben betaald. Daarom ontbreekt het causaal verband en is [verweerster] niet aansprakelijk wegens het ontbreken van voldoende voorlichting.

Overkreditering

Borgsteller verwijt geldverstrekker verder, samengevat, (i) dat de geldlening aan [A] niet mocht worden voortgezet omdat deze voortzetting tot ontoelaatbare overkreditering zou leiden en (ii) dat zij [eiser] niet erover heeft geïnformeerd dat deze ontoelaatbare overkreditering zich voordeed.

AFM

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van ontoelaatbare overkreditering van [A] toen hij in 2009 de geldlening alleen mocht voortzetten. De rechtbank licht dit hierna toe. De borgtocht van borgsteller hangt nauw samen met de relatiebreuk van zijn zoon in 2008. In een nieuwsbericht van de Autoriteit Financiële Markten (hierna: de AFM) van 22 oktober 2013 over de krediettoets bij relatiebreuk staat het volgende:
“[…] Bij relatiebreuk of andere bijzondere situaties rond de financiële positie van een huishouden is het niet noodzakelijk om onverkort aan bestaande normen te toetsen. De AFM benadrukt dat de wet dit niet vereist en dat het niet in alle gevallen in het belang van de klant is....."

2009

De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat de AFM in 2009 een ander standpunt innam over de toetsing in het geval van een relatiebreuk, dan in oktober 2013. De rechtbank vindt het standpunt van de AFM redelijk en neemt dit over. Dat betekent dat geldverstrekker in 2009 moest beoordelen of voor [A] een haalbare financiële situatie kon worden gecreëerd.

Geen overkreditering van borgsteller

Een ander verwijt van borgsteller is dat, door zijn toetreding als hoofdelijk schuldenaar, geldverstrekker hem in feite een lening heeft verstrekt zonder toepassing van de daarvoor geldende financiële normen. Dat betoog stuit af op de beslissing in 3.2 dat [eiser] niet is toegetreden als hoofdelijk schuldenaar maar een borgtocht is aangegaan. Volgens het recht dat ten tijde van het aangaan van de borgtocht gold hoefde geldverstrekker niet na te gaan of borgsteller als borg voldoende draagkrachtig was .

Beslissing

De rechter acht derhalve de geldverstrekker toch niet aansprakelijk wegens ontbreken van causaal verband.

 

Bron: Fintool 15102019 / Rechtspraak.nl / DeHypothekenMakelaar.nl 

 

Bij LTV rekening houden met medeschuldenaarschap ouders?

Consument heeft een hypothecaire geldlening afgesloten bij de Bank. De ouders van Consument hebben zich voor een bedrag van € 183.600,-- als mededebiteur aan de geldlening verbonden. Consument stelt dat de Bank bij de bepaling van de schuldmarktwaardeverhouding ten onrechte niet heeft gekeken naar het daadwerkelijke risico van de geldlening.

De zekerheidsstelling door de ouders van Consument houdt verband met (de hoogte van) het inkomen van Consument en staat los van de risico-opslag die de Bank in rekening brengt vanwege de schuldmarktwaardeverhouding. Ook het bedrag waarvoor de ouders van Consument zich als mededebiteur aan de geldlening hebben verbonden, heeft Consument van de Bank geleend en maakt onderdeel uit van de totale schuld.

Beslissing

De Commissie is derhalve van oordeel dat het door de Bank gevoerde beleid haar niet onredelijk voorkomt. De vordering van Consument wordt afgewezen.

 

 Bron: Fintool 15102019 / Rechtspraak.nl / DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 15/10/2019 13:58.21